| (Traditional
Chinese Medicine), de traditionele Chinese geneeswijze, gaat uit van een
verregaande eenheid van lichaam en geest. Om deze reden nemen emoties en
gevoelens in de TCM een prominente plaats in. Ziektesymptomen staan niet
op zichzelf maar wijzen op belemmeringen in de Ki-stroom door de meridianen.
Door behandeling van de punten op de betreffende meridianen worden de harmonie
in de organen en het evenwicht in het hele lichaam hersteld.
Het grote verschil tussen de TCM en de reguliere, Westerse geneeswijze mogen we gerust zoeken in de oorsprong van beide benaderingen. De onbetwistbaar knappe ontdekkingen van het Westen laten zich het makkelijkst illustreren met het bekende schilderij `De Anatomische Les' van Rembrandt. Medici onderzochten door het menselijk lichaam te ontleden -- hetgeen in die tijd overigens ten strengste verboden was door het kerkelijk gezag. In het oude China gold een minstens even streng verbod het lichaam te openen. Hier ging men echter uit van het idee dat ontleding geen enkele zin had, aangezien de constatering van een gezwollen lever helemaal niets zei over de oorzaak daarvan, die afhankelijk kon zijn van een veelheid aan omstandig heden. Dit verschil vindt zijn oorsprong in de benadering van een ziekte. In het Westen wordt de ziektekiem opgespoord en aangevallen; het kleine leven wordt gedood om het grote leven te laten voortbestaan. Deze werkwijze komt geheel overeen met het in het Westen heersende beeld van de ontwikkeling van de mensheid: in een rechte lijn, van de onontwikkelde oermens tot de verfijnde moderne mens. Volgens de oosterse opvatting is het uitgangspunt van de mensheid echter een ideale, heilige wereld, die langzaam ontaardde in een ongelukkig, rampzalig bestaan, waarna weer iets van de oorspronkelijke, gelukkige staat werd herwonnen om vervolgens een betere toekomst te creëren. Volgens dit cyclische denken wordt de aandoening in de oorsprong genezen, zonder een aanval te doen op de ziekte, door in plaats daarvan de zieke te voeden en te ondersteunen. |
![]() |